2001 - Granit Rose

2001 - Cancale - 0 km

15 augustus is geen dag om met een motorhome rond te rijden in Frankrijk. Iedereen is op de baan, het is een toeristische hoogdag. Reeds vanaf 8u30 komen de eersten een parkeerplaatsje zoeken tussen de motorhomes, Cancale bereidt zich voor op de invasie.

Cap Fréhel

Het is van 's morgens vroeg reeds zeer warm en we besluiten een rustdag in te lassen. Langs de haven worden de terrasjes klaargezet en de stranden door een onweer schoongespoeld. Het kan hier flink regenen, warmteonweders, maar als echte Belgen hebben we steeds een regenscherm bij. De Fransen doen het zonder paraplu, zij kunnen blijkbaar beter tegen de regen.

‘s Namiddags maken we een wandeling over de Sentier des douaniers hoog op de rotsen. Schitterende vergezichten op de baai, de oesterbanken en de honderden bootjes. Je kan overal aan de Bretoense kust de GR's volgen. De wit-rode markeerstrepen vind je in gans Bretagne. Het zijn meestal niet zo moeilijke maar wel zeer mooie wandelingen.

Op de terugweg naar Cancale ontmoeten we onze Franse buren van de aire de camping-cars. Zij raden een cidre bouché aan, typisch Bretoens en ze weten een goed adres. We hebben op dat adres dan ook de cider geproefd, in een koffietas op een terras, kwestie van in de sfeer te blijven. Natuurlijk ook enkele flessen gekocht, voor thuis. De flessen hebben de reis jammer genoeg niet overleefd, de warmte en onze dorst hebben hen de kurk afgedaan.

2001 - Erquy - 102 km

We hebben geluk deze morgen. Na 10km rijden komen we een service-station tegen. Een service station is een plaats waar je vers water kan tanken en afvalwaters lozen. 10FF lichter en 10min later hebben we 100l vers water getankt. Vers water vol en alle afval weg, we kunnen er weer tegen voor twee à drie dagen.

Cap Fréhel vuurtoren

We gaan vandaag Dinan bezoeken. Dinan heeft een unieke ligging, 75m boven de vallei van de Rance. De oude stad staat vol schilderachtige vakwerkhuizen. We hebben echter geen geluk, donderdag is het marktdag. We rijden door de stad, vergeefs een parkeerplaats zoekend, maar het is onbegonnen werk. Links en rechts vangen we een glimp op van de oude stad, het ziet er mooi uit. We moeten echter verder, terug richting kust, naar Cap Fréhel.

Op de Cap is het schitterend weer maar ook heel druk. De wegen staan kilometerslang afgezoomd met geparkeerde voertuigen. We maken een voettocht over de heide naar de vuurtoren.

Kleuren en geuren omringen ons tot een snelopkomend onweer alles wegvaagt. Voor één keer hebben we ook geen regenkledij mee en we worden dus nat, doornat. De dakluiken van de motorhome staan ook open met deze warmte, twee plassen op de vloer zijn het resultaat.

We volgen de kust naar het westen, achtervolgd door wind en af en toe een fikse bui. Sable d'Or les Pins heeft zijn naam niet gestolen. Goudgeel zand maar een stortvlaag die iedereen van het strand jaagt. Net een wild-weststadje in een oude cowboyfilm, de weg loopt zomaar over in voetpad en eindigt in een tuin. Je ziet niet waar wat eindigt of begint.

Erqui, Plage de Carual, wordt onze slaapplaats. Deze plage ligt 1,5km van het centrum, van de restaurantjes. 's Avonds zoeken we, vergezeld van een fikse regenbui, een restaurantje op. In het eerste is alles gereserveerd, in het tweede wil men ons achter een pilaar tegen de diepvries plaatsen, het derde staat ons niet aan.

We denken reeds onze noodvoorraad in de motorhome aan te spreken als we in het laatste restaurant een zee van plaats vinden. Hier veel plaats en overal elders alles bezet! Dat vinden we verdacht maar de honger knaagt. We hebben er echter voor 200FF zeer lekker gegeten. De vissoep wordt de beste van onze Bretagnereis. Onthouden dus, Hotel restaurant de la Plage ** te Erqui.

Voldaan wandelen we terug naar de motorhome. De zon zakt zachtjes in de zee, de regenvlagen zijn weg.

2001 - Plage de Palus - 95 km

We schrikken wakker, wat is dat raar geluid? Als ik de deur opentrek denk ik dat de wijn van gisterenavond te zwaar op mijn maag ligt. Een kameel staart mij met een pruimenmondje aan. Circus Atlas heeft onze voordeur als hun achterdeur gekozen.

Vanmorgen weerom geprobeert om enkele stadjes te bezoeken maar er is zoals gewoonlijk geen plaats in de stad. Gans Bretagne zit vol toeristen en die toeristen zitten in de steden en op de stranden. De wegen zijn redelijk goed vrij, geen files of opstoppingen. We zijn meestal maar rond 10u op pad en houden voor 17u halt, buiten de spitsuren.

Binic

Als de stadjes vol toeristen zijn proberen we de strandjes. Ook daar is volk maar meestal vinden we, na enig zoeken, wel een vrije parkeerplaats. De Plage de Palus, tegen Plouha, wordt onze volgende pleisterplaats. Van aan het strand vertrekt een zeer mooie wandeling, een GR. Na een honderdtal trappen komen we aan een min of meer vlakke wandelweg die bovenaan de klippen volgt. Zoals steeds wijdse vergezichten over een blauwe zee.

We gaan tegen de avond nog even naar Binic om inkopen te doen. Aan het strand is, buiten twee crèperies, niets te koop. Binic is een mierennest van toeristen. Zichtkaarten en postzegels gekocht zodat we de achterblijvers een seintje kunnen geven. In Binic is er ook een aire maar die is tegen de grote baan gelegen. Het service-station is daarenboven nog defect, allemaal redenen om terug naar de Palus te gaan.

Terug aan de plage druipen de dagjesmensen reeds af, we hebben hier aan zee een zee van plaats. Als ik het gas opendraai komt een zeer vriendelijke Belg mij bedremmeld zeggen dat ik verkeerd geparkeerd sta. Ik mag op die plaats niet blijven, enkel voor gewone auto's. De verbodsplaat hangt achter een motorhome, ik heb ze niet gezien. De politie is reeds tweemaal voorbijgereden maar heeft niets gezegd.

Er is nog één plaatsje tussen de andere motorhomes, we staan er met wel 30 op een kluitje. De vriendelijke Belg rijdt met een reuzegrote motorhome, stijl vrachtwagen. We hebben nog een zeer rustige avond, verkeer komt er hier helemaal niet. Het is echter te fris om buiten te zitten. Ik werk mijn reisdagboek bij en dat resultaat lees je nu. 

2001 - Trégastel Plage - 129 km

Regen, we staan op met regen. Het is de eerste maal deze zomer in Bretagne. In het voorjaar hebben we reeds een ganse week regen en storm in een motorhome meegemaakt, we weten dus dat dit ding waterdicht is. Om 9u, tussen twee vlagen door, staat de bakker(in)er met croissants en broodjes.

We volgen de kust richting Paimpol. Aan de haven blijven we even staan en laten de zoveelste regenvlaag overwaaien. De rotsen van het "Ile Bréhat", 20km verder, zouden er onder de zon zeer mooi kunnen uitzien, met regenvlagen is het ietwat minder.

We gaan verder richting Tréguier en belanden uiteindelijk in St Michel en Grève. We dachten hier te overnachten maar de aire ligt er verlaten en troosteloos bij. Op de parking aan zee worden we bijna geblokkeerd zodat we met de grootste moeite weggeraken.

Tregastel plage

Gezien het slechte weer besluiten we een grotere stad te zoeken. Trébeurden heeft een aire maar helemaal buiten de stad en overvol. Verder naar Trégastel Plage. Het wordt zachtjesaan laat en we zien nergens aanwijzingen waar de aire zou kunnen zijn. Aan een tennisclub is het enige dat we weten.

Na lang rondrijden vinden we de grote, mooie aire de camping-cars. Oef, het is ondertussen bijna donker geworden en het regent zachtjes.

's Avonds is het voldoende opgeklaard om een wandeling te maken. Een koppel van de alomtegenwoordige Italianen raadt ons aan om Ploumanac'h te bezoeken. Dat wordt dan iets voor de volgende dagen.

2001 - Trégastel Plage - 3,3 km

Deze nacht heeft het met bakken geregend. Het is een troosteloze morgen zonder bakker in de buurt. Geen goudgele croissants maar een doorregende parking vol plassen en modder.

We verhuizen de motorhome naar een parking aan het water. Het is nu eb maar we zullen in de late namiddag een mooi uitzicht hebben op de vloed die tussen de rotsen door de baai vult. Het hoogwater wordt om 20u10 verwacht. Deze morgen maken we de wandeling "Sentier des Douaniers". Die douaniers moeten hier veel werk gehad hebben, er is overal een pad naar hen genoemd.

De kust heet hier "Côte de Granit Rose" en de wandeling is prachtig. Door spleten en gaten tussen de rotsen wringen we ons in allerlei bochten. Het zicht aan de kust is ronduit schitterend: rotsen in allerhande roze kleuren, slierten zeewier, water in ondiepe plassen dat krioelt van kleine visjes. Krabbenvangers en wormenstekers doorwoelen het zand tussen de rotsen.

Je kan over het nu droge strand naar de eilandjes wandelen maar je moet dan wel op tijd terug komen. Eens de vloed opkomt is er geen doorkomen meer aan. De maalstroom tussen de eilandjes is te sterk voor een voetganger en te gevaarlijk voor boten.

Wind en regenvlagen geselen ons maar ditmaal zijn we er wel op voorzien. De namiddag is iets droger en we verkennen nu een ander deel van Trégastel Plage. Op de stranden wordt er weinig zon geklopt. De zon is er wel maar de strakke wind maakt het zonnen onaangenaam.

's Avonds gaan we terug naar de oude slaapplaats, na eerst water bijgevuld te hebben aan de kranen van de marktkramers.

2001 - Tréguier - 39 km

De wolken zijn opgetrokken, een blauwe lucht zoals bij het begin van deze vakantie. Onze parking is juist aan een "Super U" gelegen en daar profiteren we van om enkele inkopen te doen. De Franse grootwarenhuizen komen ons altijd groter, netter en vooral veel ruimer over dan de Belgische. Tussen de gangen is er een zee van ruimte en alles geeft een overweldigende indruk van licht en ruimte. Tot hier het reclame-intermezzo.

Treguier Jaudy vloed

We gaan naar het orgelpunt van de Côte de Granit Rose, Ploumanac'h. Hier is er ook een Sentier des Douaniers en we zullen trachten om deze in Perros-Guirec op te pikken. Het is een wandeling van 3 uur heen en terug naar Ploumanac'h. De weg slingert zich langs de kust, tussen en rond fantastische rotsformaties. Eén der nadelen van een motorhome komt echter weerom aan het licht. Om op de parking aan het begin van de wandeling te geraken moeten we een zeer steil smal straatje (21%) naar beneden. Dit is ondoenbaar en we zullen een andere parking moeten zoeken, rechtstreeks in Ploumanac'h.

In Ploumanac'h volgen we de wegwijzers voor de autobussen en in het centrum zelf vinden we snel de parking. We staan hier schitterend, 100m van het strand en dicht bij winkeltjes en restaurantjes. Dit is dan één der voordelen van de motorhome, je komt dikwijls onverwacht op de schitterendste plaatsen en overal ben je thuis, want je hebt je huis bij.

De voormiddag gaan we het Parc Municipal bezoeken. De naam zorg voor verwarring, het is geen park vol graspleinen, bomen en planten. Het is integendeel een soort reservaat waarin het oorspronkelijke rotslandschap van de kust bewaard wordt. Je hebt hier eigenaardige rotsvormen: de schildpad, de champignon, het konijn enz. Langs de vuurtoren van Porz ar Mor slingert het pad zich richting Perros-Guirec. Even verder komen we aan de basis van de zeereddingsdiensten. Langs een helling is zojuist een reddingsboot in het water gelaten.

In de namiddag maken we een wandeling richting plezierhaven, de Promenade de la Bastille. We zijn nog maar juist van het strand af als ik iemand hoor roepen. "Hij is het inderdaad" roept Lode, evenals ik koorlid bij Valeiriaan. Samen met zijn vrouw is hij aan het genieten van de zon. Ik vind het altijd schitterend om onverwachts vrienden tegen te komen op reis. Het onverwachtte van die ontmoetingen maakt ze nog aangenamer.

Als terugweg van de haven nemen we de smalle straatjes van het dorp. Buiten de hoofdweg zijn er alleen kleine steegjes en voetpaden, toch staat alles afgeladen vol met auto's. De auto, mijn vrijheid, geldt zeker ook voor de Fransen.

Na een zelfgemaakt Italiaans ijsje verlaten we Ploumanac'h en volgen de kust richting Perros-Guirec. Perros-Guirec ziet er mooi uit. Oude huizen, pleintjes, maar overal auto's. Geen parking voor ons te vinden, we rijden dan tot aan de haven. Daar kunnen grote en kleine kinderen met minibootjes spelen. Een uurtje later draaien we het binnenland in, naar Tréguier.

Aan de kade van de Jaudy is er plaats in overvloed. Eens de kustlijn verlaten is het Franse binnenland vrij van auto's. Bretagne is werkelijk een bestemming voor kusttoeristen. Tréguier is op een heuvel gelegen, met verschillende oude huizen en één van de mooiste kathedralen van Bretagne. Dankzij een zeer diepe vaargeul kunnen kleine kustvaarders Tréguier, toch enkele kilometers in het binnenland, bereiken. Op dit ogenblik ligt een Russische kustvaarder, van Sint Petersburg, vracht te lossen.

's Avonds hebben we lekker gegeten in "Le Canotier". De bediening is echter tergend traag en als we buitenkomen schemert het reeds. We waren rond 18u bij eb aan de motorhome vertrokken, nu om 21u is het vloed. Dat merken we als we de Rue E. Renan afdalen naar de Jaudy toe. Van op afstand lijkt het dat de motorhome in het water staat. Beneden gekomen blijkt het zo erg niet te zijn maar we staan toch maar op enkele meters van het nog traag wassende water. Onze buurman betrouwt het zaakje niet en zet zijn motorhome enkele meters achteruit.

Om 21u20 is het echter hoogwater, er is dus geen zwemgevaar deze nacht. Ondanks dat we aan een hoofdbaan in een provinciestad staan is het zeer rustig. Vanaf 22u wordt alles stil en kunnen we gaan slapen.


Volgende

Sitemap © LV 2015