2001 - Honfleur

2001 - St Jacut-de-la-mer - 139 km

Zon en water deze morgen. Het is weerom vloed en de Jaudy staat zeer hoog. Een buurman heeft zijn vislijn uitgeworpen maar de vis heeft de lijn gevangen. Het wassende water omspoelt de vishengel die stilletjes begint af te drijven. Enkel een laag muurtje verhindert de hengel om helemaal zeewaarts te drijven. Ik verwittig vlug de eigenaar en die, echte Fransman, loopt snel in pyjama en op blote voeten door de modder naar de rivier. Op het nippertje kan hij zijn kleinood redden.

Dolmen

Vandaag gaan we een beetje afstand afleggen, terug naar het noorden. Bij een Tréguiaanse bakker kopen we nog een specialiteit van Bretagne, appeltaart. We rijden terug richting Cap Fréhel. Het Fort la Latte hebben we de vorige keer niet gezien en het zou, dixit Lode, de moeite waard zijn.

We komen terug langs Sable d'Or les Pins en kuieren er even rond. Onder een blauwe hemel heeft het stadje iets aantrekkelijks. Het is typische Frans je m'en foutisme of Italiaanse dolce far niente. Een week na het vorig bezoek is de massa toeristen echter reeds sterk uitgedund. Je ziet dat de vakantieperiode op haar einde loopt.

We gaan verder door naar de Cap. Onderweg komen we langs een verlaten servicestation en we ontlasten ons van afvalwater en ontl..ting. Vers water kunnen we er niet tanken, het ding is defect, maar de watervoorraad is nog groot genoeg voor vandaag. Boven de heide aan de Cap zindert de zon. Haar aanbidders lopen langs de kronkelende paadjes naar de platte rotsen aan de waterlijn. Daar pronken ze languit met bruine lijven, net walrussen. Zou die boot uit St. Petersburg hier iets mee te maken hebben?

Na het middageten gaan we naar Fort la Latte, een vijftal kilometer verder. Daar vinden we een grote parking, enkel voor motorhomes, een ideale plaats voor een rustpauze. De hete namiddag en de stilte verdwijnen in de vergetelheid van de onvolprezen middagdut. Omdat ledigheid het oorkussen van de duivel is, die er trouwens zeer goed op slaapt, zullen we het fort bezoeken.

De zandweg loopt in een kleine geul tussen de pijnbomen, bloedheet. Eens aan de kust zien we dat het fort belegerd wordt door een vloot kleine bootjes. In plaats van soldaten zijn het echter de alomtegenwoordige zonnekloppers die hun rotsen geruild hebben voor het achter- en bovendek van de boten. Af en toe duikt er ééntje schaarsgekleed in het blauwe water, luchtbellen laten duikers vermoeden in de diepte.

Het fort is in privébezit. De eigenaar heeft de restauratie grotendeels zelf bekostigd en woont zelf in een deel van het fort. De moestuin is er een stille getuige van. Het uitzicht vanop de omwalling en de toren is schitterend. Op een uitstekende landtong gelegen en minder hoog dan de Cap Fréhel, voel je hier veel beter de nabijheid van de zee.

Vanaf hier gaan we naar St Jacut-de-la-mer. De beschrijving in de Michelingids is veelbelovend. De weg slingert zich over een schiereiland naar een vissershaven en badplaats. De staanplaats voor motorhomes ligt aan de Plage du Rougeret, niet ver van een schilderachtige klif, de Pointe du Chevet.

De parking staat overvol, het is wachten op een plaatsje. Hier hebben we een goede les geleerd: als een motorhomeparking aan het strand ligt dan kom je er best niet voor 21u 's avonds aan. De zonnekloppers kloppen hier zelfs overuren, tot 20u blijven de meesten aan het strand. Vanaf dan is het strand zo smal geworden dat de worstellende lijven alle moeite hebben om zich aan het zuigende zand te onttrekken. Ze trippelen op blote voeten over de keien van de parking, verdwaasde blikken werpend op de enkele motorhomes.

Eens de avond valt komt de schoonheid van de Point du Chevet tot zijn recht. Onze laatste wandeling aan de Bretoense kust. De lichtstralen van de ondergaande zon worden doorbroken door zeevogels die voortzweven op de sterke zeewind. Hier en daar een lichtje van een boei en in de verte de knipperlichtjes van dorpjes op een andere kust. De vissershaven van St Jacut-de-la-Mer is goed verborgen, buiten schimmige boten in de verte is er niets van te merken.

Hoogwater klotst op 50m van de motorhome. Het geruis van de zee tot aan ons bed is beter dan het beste slaapmiddel.

2001 - Honfleur - 245 km

's Morgens worden we wakker met het klotsen der golven, het is weerom hoogwater. Het is rustig op de parking, maar een 15-tal motorhomes hebben de plaats gevonden.

Hier geen bakker deze morgen en we moeten onze strategische voorraad aanspreken, het appeltaartje van Tréguier. Na het ontbijt plannen we de weg voor deze dag. We willen reeds een derde van de thuisweg afleggen. We hopen een plaatsje te vinden in de omgeving van Deauville, op de Normandische kust.

Honfleur sluis

Aan de parking staat een servicestation en we zullen hier, waarschijnlijk voor de laatste maal, water inslaan op Franse bodem. Dit is een ochtendritueel waar ik van hou. De meeste motorhomes maneuvreren tot boven de uitgietput en laten dan een stroom schuimend afvalwater los. Vers water komt via een lange darm rechtstreeks in de tank.

Wij, als volleerde amateurs, hebben daar iets anders op gevonden. Ik hou niet erg van al dat gemaneuvreer en hou daarom een beetje afstand. Het afvalwater tapt mijn vrouw gewoon af in een emmer en giet het in de uitgietput. Vers water neem ik meestal via een gieter. Het duurt iets langer, 6 à 7 emmers, maar je moet niet wachten tot de plaats aan de uitgietput vrij is. Een beetje turnen 's morgens maakt je daarenboven fit voor de rest van de dag.

Het is licht bewolkt en deze morgen nog niet te warm, een ideaal weer om te rijden. De weg terug gaat over Avranches richting Caen. In tegenstelling met vorige keer zijn er nu geen opstoppingen. Tot Houlgate, aan de Normandische kust, gaat alles prima.

Van hieraf begint de miserie weer: volk, meer volk, nog meer volk! Het is hier nog drukker dan aan de Bretoense stranden. Wij zijn deze kust met Pasen gewoon, druk maar doenbaar. Nu krioelt het hier van zonnekloppers in alle tinten, maar allemaal hopend om nog een graadje donkerder te worden.

Onze redding wordt Honfleur, daar is altijd plaats. We komen Honfleur binnen via het groene achterland, tussen de heuvels. De rustige weiden en bossen vormen een sterk kontrast met de krioelende kust verderop.

's Avonds een tof restaurantje gevonden, lekker gegeten en dan terug naar de motorhome. Onze buren zitten buiten en we zetten er ons bij. Zij, Fransen van 100km verder, zijn hier met een "camion", een omgebouwde bestelwagen. Tot 23u gebabbeld over koetjes en kalfjes, over de euro en nog geen zin om te gaan slapen. Als even later een frisse nachtwind opsteekt ruimen we toch alles op, de dag is lang genoeg geweest.

We zijn deze avond echter vergeten om alle muggenramen dicht te doen en de zoemende en stekende muggen houden ons nog een tijdje uit de slaap. 

2001 - Le Touquet - 260 km

Voor de eerste hitte maken we nog een wandeling langs de havengeul. Het is laagwater en door de sluis worden een tiental jachten naar buiten versast. Met maar 1,4m water onder de kiel hebben de meeste zeiljachten moeite om in beweging te komen.

Terug op weg naar het Noorden. Warm, zeer warm op de autostrade. Tijdens de middag zitten of liggen de toeristen te puffen in de schaduw.

Ons doel is Le Crotoy, onze pleisterplaats van het voorjaar, aan de haven. Ramp, ergernis, domme Fransen ! Ze hebben van de haven een sperrgebied voor motorhomes gemaakt. De plaat met een rooddoorstreepte motorhome verhindert elke doorgang, een horizontale baar op 2m maakt aandringen overbodig. In Le Crotoy zien ze de camping-car's niet graag, hier komen we niet snel meer terug. Enkele jaren later is er gelukkig opnieuw plaats aan de haven, het is niet meer gratis maar je staat er wel prachtig.

Op naar Le Touquet plage, het chic volk wat verstrooing schenken. 

2001 - Naar huis - 288 km

Alhoewel er hier rond 9u een bakker op bezoek komt, rijden we om 8u reeds verder. In Etaples hebben ze een bakkerij met lekker brood.

Omhoog langs de Franse kust komen we na de middag België binnen. Ondanks een vrijdag is het niet te druk en om 13u zijn we thuis. We moeten vroeg thuis zijn want deze namiddag wassen we de motorhome nog af. Deze karwei neemt ongeveer drie uur in beslag, met twee man! De motorhome, vuil en smerig en onder de vliegen, verandert in die tijd in een blinkend showroommodel. We hopen op de dag dat ook wij een blinkende motorhome zullen kunnen huren. Meestal is de netheid een kleine voldoende, maar blinkend hebben we er nog geen enkele gekregen.

Zaterdag 25 augustus 2001 - Temse - 25 km

Tegen 10u lever ik de motorhome af bij Alpha te Temse. De inspectie is geen formaliteit maar alles is in orde. De waarborg krijg ik onmiddellijk terug en ik kan naar huis. Mijn Honda Shuttle, al die tijd braaf staan wachten op de parking van Alpha, start van de eerste sleuteldraai en de vakantie is voorbij.


Sitemap © LV 2015